Dunite as construction material in infrastructure: a new way to mitigate CO2 emission and restore aquatic ecosystems?
Olivine weathering in constructed systems: quantifying (ecological) effects of a green solution. Wheatering of silicate rocks results in sequestration of carbonon geological timescales. Enhanced weathering is proposed as a greenhouse gas removal method. General research question: What are the effects of olivine weathering in constructed systems on organisms and receiving environments?

Ehanced weathering of silicate rocks and carbon dioxide removal Stabilization of atmospheric CO2 levels at 450–500 ppm, assumed necessary to avoid dangerous effects induced by climate change (UNFCCC 2009, IPCC 2013?), requires a strong reduction in CO2 emissions this century (Friedlingstein et al. 2011). Since the scale of this reduction might not be achieved in time, other approaches have been suggested to actively counteract the effects of global warming (Lenton and Vaughan 2009). These geo- engineering approaches aim to counteract anthropogenic induced climate change by deliberate and large-scale manipulation of the planetary environment (NAS 1992, The Royal Society 2009). Although the feasibility geo-engineering techniques vary strongly and the acceptability is under debate, it has been recommended that the efficiency, impact and risks of these approaches should be investigated (Crutzen 2006, The Royal Society 2009). The removal of CO2 from the atmosphere by speeding up the natural process of silicate weathering (Schuiling and Krijgsman 2006; Schuiling and Tickell 2010), is one of the proposed CDR approaches (The Royal Society 2009, IPCC 2013).

Olivijn verwering in het milieu: kwantificeren van de (ecologische) effecten van een groene oplossing
De verwering van silicaathoudend gesteente resulteert in de vastlegging van koolstof op geologische tijdschalen. Versnelde verwering (‘enhanced weathering’) wordt gezien als een manier waarmee een deel van het broeikasgas CO2 kan worden verwijderd uit de atmosfeer. Olivijn wordt gezien als een van de meest belovende gesteente om toe te passen voor dit doel, omdat de verwering van dit mineraal relatief snel gaat en het veel beschikbaar is. Olivijn wordt al op kleine schaal gebruikt en het wordt gepromoot als een groene oplossing. Om de effecten van deze groene oplossing goed in te kunnen schatten, is echter meer kennis nodig over de mechanismen die de verwering beïnvloeden en over de effecten die de vrijgekomen elementen hebben in de leefomgeving. De toevoeging van grote hoeveelheden gemalen rotsen aan de bodem zal de stromen van elementen door ecosystemen veranderen en de effecten die dit heeft op organismen en de leefomgeving zijn relatief onbekend. Een kennisbasis voor gebruik van olivijn is absoluut noodzakelijk gezien dat de toepassing veel positieve aspecten (innovaties) wordt toegeschreven zoals de binding van CO2, maar ook debat oproept waarbij negatieve aspecten (risico’s) worden benadrukt waaronder het introduceren van niet gebiedseigen-stoffen. Een gedegen wetenschappelijk onderbouwing waarbij beide aspecten in beschouwing worden genomen, is daarom noodzakelijk om een verantwoorde keuze te maken.

Dit is samengevat in de algemene onderzoeksvraag: Wat zijn de effecten van de verwering van olivijn toegepast in infrastructuur op de leefomgeving en hoe verhouden deze effecten zich tot de vastlegging van CO2? environments?

Zie ook het artikel van Henry Fountain in The New York Times van oktober 2014.

Brandweer
Als oud brandweerman houdt Piet zich bezig met ontwikkelingen voor de brandweer. Op dit moment is er onderzoek naar serpentijn (verweerd olivijn) dat zorg draagt voor een innovatieve manier om vaste stoffenbranden zoals bijv. containers veel sneller te blussen zonder nawerk. Serpentijn heeft ook geweldige potentie als het gaat over het blussen van bosbranden wereldwijd. Op kleine schaal worden er testen gedaan en wordt er een doorontwikkeling in de blustechniek gemaakt voor deze toepassing. Deze blusmethodiek zorgt voor een beperking van de CO2 uitstoot als gevolg van branden. Zie ook een kleine test samen met Professor Schuiling van de Universiteit Utrecht in dit filmpje op 2:50